INTERNATIONAL BOOKSHOP HET FORT VAN SJAKOO
| SEARCH | ORDER | NEW BOOKS | HOME | ABOUT US |

Auteur: Wolff, Fabrice
Titel: Ce qui ne fut pas
Sub titel:

Met een citaat uit John Kennedy Toole’s ‘Confederation of Dunces’ wordt de toon gezet: “De werkgevers zien in mij de ontkenning van hun waarden... Ze zijn bang voor me. Ik vermoed dat ze wel in staat zijn zich er rekenschap van te geven dat ik leef in een eeuw die ik verafschuw.” Dankzij de technologische ‘vooruitgang’ wordt de produktiviteit enorm opgeschroefd, “als zat zij onder de dope”; zij heeft daarbij steeds minder mankracht nodig; de industrie wordt steeds meer geconcentreerd in reusachtige, almachtige multinationale ondernemingen; en ramp na ramp maakt zichtbaar hoe zij op de maatschappij inteert, sterker nog, hoe zij welbewust rampen produceert, even goed als de middelen om ze te bestrijden. In de jaren 1990 bleek het bijprodukt van deze hele operatie, het aantal ‘overbodigen’ of ‘werklozen’ maar te blijven groeien, ondanks alle kosten en moeite die degenen die deze maatschappij liefhebben, zich hebben getroost om er toch zoveel mogelijk aan het ‘werk’ of op zijn minst ‘bezig’ te houden. De werklozen overwonnen de schaamte over hun ellende: zij kwamen ermee naar buiten en gingen eisen stellen. In Frankrijk opereerde van de herfst 1997 tot de lente 1998 de woelige ‘Werklozenbeweging’, die ook weerklank vond in Zuid Italië en Griekenland. Tegenover het bureaucratisme van de vakbonden en andere officiële en officieuze steunorganisaties, die de “utopie” propageren van een “industrie die voldoende gevrijwaard blijft van crises om van de hele maatschappij een permanent werkkamp te maken […] hebben werklozen autonome collectieven in het leven geroepen:[…] In algemene vergaderingen […] gingen de meest radicalen de strijd aan met zulke organisaties door het recht op luiheid te verkondigen”. Het collectief ‘Assemblée de Jussieu’ in Parijs was “het meest democratische in zijn manier van functioneren en het meest radicale in zijn verklaringen”. Het verwierp de loonarbeid niet alleen als een moderne vorm van slavernij, maar ook vanwege zijn directe betrokkenheid bij al het fraais dat de kapitalistische maatschappij ons opdringt. De grootste tekortkoming van deze werklozenbeweging was volgens de auteur dat zij er niet in slaagde de kloof te dichten tussen de werklozen en de werkende klasse. “Het belangrijkste is niet om te weten hoe schadelijk of nutteloos arbeiders zijn, of het parasieten zijn, hoe gedwee zij zijn, enz.; het gaat erom te weten of het mogelijk is dat zij dat niet meer zijn, en met welke middelen.” En dat de werkloosheid voortaan alleen maar zou blijven groeien, waar deze beweging op speculeerde met de alom herhaalde leus: “Jullie hebben de poen, wij hebben de tijd”, is ook een illusie gebleken. In onderhavige brochure wordt heel vaak verwezen naar de compilatie van documenten die al in juni 1998 verscheen bij uitgeverij Insomniaque: ‘Le Lundi au Soleil. Recueil de textes et de récits du “Mouvement des Chômeurs”. Novembre 1997-avril 1998’. Men kan haar dus lezen als een kritische nabeschouwing van die beweging en als een aanvulling en commentaar op deze publikatie.
2000, 30 pag., Euro 1,35
Home Productions, , ISBN Zonder


This page last updated on: 13-1-2015