INTERNATIONAL BOOKSHOP HET FORT VAN SJAKOO
| SEARCH | ORDER | NEW BOOKS | HOME | ABOUT US |

Auteur: Smeulers, Alette
Titel: In staat van uitlevering
Sub titel:

Publieksuitgave van de dissertatie van de juriste Smeulders over de haken en ogen die er aan de Nederlandse uitleverpraktijk kleven. Smeulders centrale stelling is dat er twee tradities botsen in de uitleverpraktijk. Enerzijds de minister van Justitie die, als eindverantwoordelijke, het laatste woord heeft over het daadwerkelijk uitleveren van een verdachte die is opgeŽist door een land waarmee Nederland een uitleveringsverdrag heeft getekend. De minister laat meestal de buitenlandse betrekkingen prevaleren en beroept zich dan ook meestal (net zoals de meeste rechters) op het zogenaamde vertrouwensbeginsel, ofwel het onderlinge vertrouwen van verdragsstaten in elkaars rechtssysteem, zelfs wanneer in het opeisende land geregeld `onregelmatighedení (procedurefouten, mishandeling, marteling, disproportionele bestraffing, enz.) optreden. Anderzijds moet de rechter eerst de uitlevering `toelaatbaarí verklaren, waarbij die de laatste jaren eigenlijk ook nooit inhoudelijk op de bewijsvoering in opeisend land wil ingaan, aangezien dat weg is gelegd voor de rechter in betreffend land. Smeulders vergeleek de uitleverpraktijk van Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten. Haar conclusie is dat Nederland zelden afziet van uitlevering. In de VS is het nog droeviger gesteld. De BRD komt er volgens haar het beste af. De meeste uitleveringen vinden plaats op grond van multilaterale verdragen (met meer dan twee verdragspartners) wat een regelmatige toetsing van de kwaliteit van het desbetreffende rechtssysteem van een opeisend land meestal in de weg staat. Uitleveringsverdragen worden zelden of nooit opgezegd, zelfs niet wanneer in het partnerland het meest genocidale regime aan de macht is gekomen (bijv. in het geval van Nederland het Oeganda van Idi Amin en het ArgentiniŽ van de militaire dictatuur). Het vertrouwensbeginsel is een omkering van het principe dat iedere verdachte in principe onschuldig is totdat het tegendeel bewezen is. Uitlevering vindt alleen dan niet plaats wanneer er te openlijke mensenrechtenschendingen plaatsvinden in het opeisende land. Smeulders argumenteert dat het beter zou zijn als de minister de mensenrechtensituatie in het land in kwestie beoordeelt in plaats van de rechter, die daartoe niet geŽquipeerd is. Dat dit absoluut geen hout snijdt heeft bijvoorbeeld de uitleveringszaak tegen de Catalaan Juanra RodrŪguez FernŠndez bewezen. Hoewel `zijní dossier aan alle kanten rammelde en zich zelf veelvuldig tegensprak, besloot de rechter toch dat uitlevering toelaatbaar was. Hierbij werden ook diverse jaarverslagen van mensenrechtenorganisaties terzijde geschoven die ernstige bezwaren hebben tegen de veelvuldig voorkomende praktijk van isolatiedetentie en (fysieke of psychische) mishandeling van verdachten in Spanje (het om uitlevering van Juanra verzoekende land). Nederland past het principe van de toepasbaarheid van de eigen Grondwet op de opgeŽiste persoon alleen toe op haar eigen staatsburgers en dan ook nog in beperkte mate. In de meeste gevallen is het toch de verdachte die zijn/haar onschuld moet bewijzen, aangezien de meeste rechters zich verschuilen achter het vertrouwensbeginsel en als het erop aan komt de door het Openbaar Ministerie gepresenteerde versie als zoete koek slikken. Interessante kost maar geregeld slecht verteerbaar door het sterk pseudo-subjectieve juridische en openlijk legalistische karakter.
2003, 585 pag., Euro 89,5
Intersentia, Schoten (Antwerpen), ISBN 9050952569


This page last updated on: 13-1-2015