HET FORT VAN SJAKOO - INTERNATIONAL BOOKSHOP
| SEARCH | ORDER | NEW BOOKS | HOME | ABOUT US |

Parool Amsterdam, woensdag 26 september

Hoe Sjakoo het eind van de geschiedenis nog even uitstelt

RYPKE ZEILMAKER


Het Fort van Sjakoo aan de Jodenbreestraat 24 is de boekhandel voor iedereen die zich 'anarchisties' noemt, en voor liefhebbers van 'aksievoeren'. Tegen het rascisme, fascisme en globalisering. En nu wordt het voortbestaan bedreigd door de kapitalistische overheid, die een huurverhoging van 900 procent vraagt. Vanmiddag voerden de boekverkopers daar met een zes meter hoog 'paard van Troje' met een belegering van het stadhuis actie tegen. Portret van een vrijplaats.


VRAAG EEN vrijwilliger bij het Fort van Sjakoo of hij links is en het wordt stellig ontkend. ''Ik ben hooguit tegen rechts-extremisme,'' reageert Gert Jan, die onder meer de cd-collectie beheert. Hij is verantwoordelijk voor het stevige dreuntje anarchopunk dat in de winkel uit de speakers klinkt. ''En Sjakoo is ook niet links,'' vindt hij. ''Wij maken geen keuze voor één bepaalde politieke stroming, anders zou de boekhandel allang niet meer bestaan. We zouden nooit uitgediscussieerd raken over wat die stroming dan zou moeten zijn, want iedereen denkt hier weer anders. Daarom heten we maar International Bookshop.''

De Stichting Het Fort van Sjakoo, gevestigd in het in 1975 gekraakte pand Jodenbreestraat 24 wil volgens de statuten 'het zelfstandig denken bevorderen'. Tien vrijwilligers komen eens in de twee weken bij elkaar om te bediscussiëren welk boek wel of niet Sjakoo-proof is. Dat veroorzaakt soms heftige strijd. Zo laaide in het recente verleden de discussie op of Hitlers Mein Kampf wel of niet in Sjakoo mocht liggen. Nein dus. Maar ook een controversieel boek over de oorzaak en genezing van aids in Afrika deed een vrijwilliger boos vertrekken.

Wat medewerkers wel met elkaar delen is de voorliefde voor 'antikapitalistiese aksie' en het marginale. Daar is het Fort specialist in. Naast de viltstiftuitgave How to teach yourself fucking heeft de winkel bundeltjes van Hongaarse homo's, Deense dichters en Duitse feministen. En boeken die al tien jaar blijven staan zonder ooit te zijn aangeraakt. Maar ook de commercieel succesvolle Geert Mak is sinds zijn steunbetuiging aan de krakers van de Kalenderpanden verantwoorde kost voor aksievoerders.

Hoofdmoot bij Sjakoo blijft politiek getinte lectuur, en dan vooral het anarchisme. Het complete standaardwerk van Bakoenin, de Russische aartsvader der ordelozen, en andere anti-autoritaire kost staan gedwee naast elkaar op de boekenplank, ondanks hun revolutionaire gehalte. Maar ze hebben dan ook de vrije ruimte gekregen in de winkel.

''En we hebben een wand met Spaanse boeken, die hebben een rijke anarchistische traditie,'' zegt een vrijwilligster die haar naam liever niet zegt ('Is dat nodig?'). ''Maar we hebben ook een boekenplank voor het socialisme en het marxisme. Je kan toch niet zeggen dat dat in dezelfde hoek zit. Die hebben vroeger nog met anarchisten gevochten.'' De knokpartijen tussen marxisten (voor de staat) en anarcho-syndicalisten (tegen) leverden George Orwell stof voor Animal Farm, die in Sjakoo in de versie Anarchist Farm ligt uitgestald.

Bij de anonieme vrijwilligster is de lust tot revolutie en politieke actie niet zo aanwezig. ''Het zijn meer andere medewerkers die die boeken uitkiezen,'' zegt ze. ''Ik verzamel zelf liever boeken voor en door homo's en lesbo's.''

Maar voor de strijdbaren onder ons: niet getreurd. Op de afdeling 'gewapende strijd' en 'activisme' vindt de liefhebber van actie alles wat zijn oproerig hart wensen kan, van het handboek van de Rote Armee Fraktion en RaRa tot literatuur over de heldhaftige strijders in El Salvador. En wie plannen heeft voor het stichten van een communistische heilsstaat: het kan weer - Sjakoo signaleert een grotere verkoop van Karl Marx. Een verklaring hebben ze nog niet: ''Misschien wordt hij weer populair onder studenten. Maar hij is bijna twintig jaar uit de gratie geweest.''

Vast assortiment is de wand met pamfletten en tijdschriften zoals Ravage en de lowbudget Grachtenkrant, beide erg 'krities geschreven'. Ook komen veel activisten hun eigen pamfletten brengen wat de doehetzelf-uitstraling van de tijdschriftenwand versterkt. Zo is de Grachtenkrant twintig jaar lang op dezelfde stencilmachine vervaardigd totdat de leverancier aangaf geen onderdelen meer te kunnen leveren voor het apparaat. Nieuwste hit bij Sjakoo zijn de jaren-tachtigbuttons voor op het spijkerjack. Het bakje aan de balie moet wekelijks worden aangevuld met opprikkertjes als I am an enemy of the state en andere aanklachten tegen de maatschappij. ''We hebben ze ergens achter uit het magazijn moeten vissen,'' zegt Gert Jan. ''Maar ze zijn weer helemaal in.''

Wie het in Sjakoo ook altijd goed doet, is de 'overal-tegen' taalfilosoof Noam Chomsky. En natuurlijk boeken die aan het kraakverleden doen herinneren, zoals het Squatters Handbook en het Zwartboek ontruimingen. En omdat de boekhandel met zijn tijd meegaat 'mogen' Amerikaanse auteurs, vroeger uit den boze vanwege hun 'kapitalistiese' komaf, nu ook weer. Vooral omdat ze goede boeken tegen globalisering schrijven - de 'tophoppers' zijn nu eenmaal vaste klant bij Sjakoo.

Maar ook de religie, vroeger in anarchistische kringen ondenkbaar, heeft de weg naar Sjakoo gevonden. Zo zijn er behalve boeken tegen de katholieke kerk ook boeken over New Age en Tibetaanse monniken boven de boomgrens.

In weerwil van alle principes profiteert ook het Fort van Sjakoo van de economische groei van de afgelopen jaren. ''We gaan dit jaar voor het eerst misschien een omzet halen van 160.000 gulden,'' zegt de anonieme vrijwilligster. ''Veel van onze klanten hadden eerst een uitkering. Die hebben nu een baan en ook meer te besteden. En we krijgen zelf meer geld om meer boeken aan te kopen.'' Daarnaast profiteert de boekhandel van de publiciteit rond de huurverhoging. ''Sindsdien komen hier veel meer mensen binnen.''

De meeste bezoekers komen overigens niet om een boek te kopen. ''Kunt u mij zeggen waar de Stedelijke Woningdienst zit,'' zegt een oudere vrouw die vertwijfeld op een briefje kijkend binnenkomt. ''Die zit op 25, mevrouw, dit is 24,'' zegt Gert Jan. ''Dat is al de vierde vandaag,'' lacht hij. ''Soms krijg je er op een dag wel tien binnen. Niemand kan die woningdienst vinden.'' Ook komen veel Italianen en Spanjaarden binnen die in de ondergelegen internetwerkplaats ASCII tegen de globalisering willen internetten.

Hoofdaandachtspunt is nu de actie tegen de aangekondigde huurverhoging. Op de verkoopbalie liggen de pamfletten met het aangekondigde verzet al uitgestald. Volgens verhuurder Woningbedrijf Amsterdam zit het Fort van Sjakoo voor een dubbeltje op de eerste rang. Het Fort betaalt slechts 560 gulden per maand voor een locatie die volgens het woningbedrijf meer dan vijfduizend gulden zou moeten opleveren. Maar hoger dan duizend gulden wil Sjakoo niet gaan. ''Ze moeten rekening houden met de aard van het bedrijf,'' vindt Gert Jan. ''We zijn een non-commerciële instelling die zonder subsidies rondkomt. Het zou jammer zijn als dat uit de binnenstad verdwijnt. En het gaat niet alleen om ons: met dit beleid jaagt de gemeente alle kleine initiatieven uit de binnenstad weg. Zo blijft er alleen nog ruimte over voor kantoorpanden en grote winkelketens.''

Het Fort van Sjakoo heeft een slapend bestuur dat alleen bij kwesties als de huurverhoging wakker schrikt. De enige opdracht die bestuurslid Frans Panholzer heeft, is zich afzijdig houden. ''Dat is me bij de oprichting in 1977 uitdrukkelijk verteld,'' zegt hij. ''Ik mag me niet met het beleid van de vrijwilligers bemoeien. Dat was toen zo en dat is nog steeds zo. Het enige wat ik doe, is wachten op de telefoon. Alleen in noodgevallen word ik opgebeld, bijvoorbeeld als een ruzie niet kan worden opgelost. En nu zijn we natuurlijk actief met de juridische verwikkelingen rond de huurverhoging. Maar ik weet verder helemaal niet wat ze daar doen,'' zegt Panholzer, die in het dagelijks leven als jurist werkt bij een advocatenkantoor in het voormalige kraakbolwerk de Staatsliedenbuurt.

Het op de achtergrond blijven is een rol die Panholzer wel past. ''Het knokken was niks voor mij. Ik verzamelde liever het papier, terwijl Tjebbe van Tijen, een van de oprichters, meer de actievoerder was. We hadden wel allemaal iets met boeken. Ikzelf was uitgever van stripverhalen in klassieke talen. Zo heb ik een strip van Remus en Romulus in het Latijn uitgegeven en de blijspelen van Plautus. Het andere nu nog actieve bestuurslid, Antonia Bosshardt, had een leeszaal voor de bewuste consument. Ze werkt nu in de natuurvoedingswinkel een paar huizen van Sjakoo vandaan.''

Het Fort van Sjakoo, vernoemd naar de in de achttiende eeuw geradbraakte bendeleider Jaco, werd gekraakt om kantorenbouw in de Jodenbreestraat tegen te gaan. De strijd tegen de cityvorming bracht revolutionair jongerenland bij elkaar. ''Het was toen een erg hoopvolle tijd, we preekten de revolutie en zouden op de rotte boomstronk van de oude maatschappij onze paddestoel laten groeien,'' zegt Panholzer. ''Wij moesten het doen, omdat de arbeiders al in 1965 voor de revolutie ongeschikt verklaard waren. Die hadden al een kleuren-tv en een auto. De enige revolutie zou met ons eigen zootje ongeregeld gesticht kunnen worden en misschien nog wat mensen in de Derde Wereld.''

De boekhandel moest het crisiscentrum zijn waar al deze revolutionaire actie van literatuur en pamfletten werd voorzien. Panholzer verzamelde in opdracht van de universiteit alle uitgegeven pamfletten uit die tijd in Amsterdam. In zijn pamflettencollectie staan onder meer songteksten van straatorkest de Loeiende Koevoet, dat in de jaren zeventig strijdliederen tegen kantorenbouw in de Jodenbreestraat zong. Maar ook een oproep aan zestig autonome zuipers om de drankvoorraad van een commerciële disco weg te werken.

''Ik heb de grootste collectie,'' weet Panholzer trots te vermelden. ''Ik heb alles vanaf 1960 tot nu bijelkaar. In 1975 kreeg ik daar voor een jaar subsidie voor van de universiteit, maar ik ben nog steeds bezig. Je ziet er leuke ontwikkelingen in. Zo werd tijdens het metroprotest in 1974 in de Nieuwmarktbuurt nog tegen achthonderd man politie geknokt. En op een pamflet uit 1987 zie je diezelfde bewoners smeken dat de politiepost daar beslist moet blijven omdat ze zich onveilig voelen,'' grinnikt hij.

Zelf heeft Panholzer het nog steeds niet zo op de 'stillen' en hierin is hij bloedserieus. ''Waarom? Omdat de politie waarschijnlijk meer van mij weet dan ik van mezelf. We hadden bij Sjakoo ook de regel dat je niet te veel tegen willekeurige mensen moest kletsen. Medewerkers bij Sjakoo zullen nog steeds niet snel hun naam zeggen omdat de politie ze misschien wel zoekt voor acties, bijvoorbeeld als er nertsen zijn losgelaten,'' vertelt Panholzer. Met het invoeren van de anonieme dagvaarding van krakers in 1987 verloor deze voorzichtigheid weliswaar zijn functie, maar wie bij Sjakoo een naam wil weten, moet nog steeds moeite doen.

Met het verdwijnen van de omvangrijke kraakscene halverwege de jaren tachtig verdween ook de behoefte aan literatuur om de 'strijd tegen de vijand' te ondersteunen waardoor de omzet van het Fort van Sjakoo kelderde. Een van de oorzaken van het uiteenvallen van de kraakscene lag in het oneindige aantal meningsverschillen binnen de linkse beweging. Konden anarchisten en CPN'ers elkaar al niet luchten, voor de anarchisten werd het ook al moeilijk met elkaar koffie te drinken zonder in een discussie te verzanden, al was het maar over de vraag of deze koffie al dan niet met imperialistische methodes was verkregen.

''Er was toen geregeld ruzie tussen verschillende groeperingen,'' herinnert Tjebbe van Tijen zich. ''Het heeft zelfs tot knokpartijen geleid. Zo vonden de maoïsten van de Rode Rat in Utrecht dat wij geen literatuur over homo's in de winkel mochten hebben. En ze waren het niet met ons eens omdat wij kritische literatuur over communistisch China in huis hadden.'' Maar ook met de feministen, van wie veel lectuur bij Sjakoo te koop was, lag het Fort overhoop vanwege publicaties over vrije seks. ''Sommige feministen vlogen al in de gordijnen bij een enkele blote tiet, terwijl ik in de tijd dat ik kunstenaar was vrijwel uitsluitend werk over seks maakte.''

Van Tijen woont al 25 jaar vlakbij zijn 'baby om de hoek' aan de Nieuwe Amstelstraat. In de jaren zeventig begon hij al aan een nieuw actiepamflet als het vorige nog van de pers moest rollen. Ook maakte hij deel uit van de Aktiegroep Nieuwmarkt die tegen de aanleg van de metro en de sloop van woningen demonstreerde. Nu is hij een minzaam publicist die voor de Japan Foundation een vergelijkend onderzoek maakt tussen duizend jaar geschiedenis van Tokio en Amsterdam.

Van Tijen vindt de situatie van Sjakoo nu lijken op vroeger tijden, toen de Jodenbreestraat 24 werd gekraakt. ''Wat je nu ziet, is dat de muren wel blijven staan maar dat de inhoud verdwijnt. Alle winkels en kleine ondernemers worden verjaagd omdat ze de huur niet meer kunnen betalen. Het is een stille volksverhuizing die de sociale structuur van Amsterdam aantast,'' vindt hij.

Even windt Van Tijen zich nog op als een ouderwetse actievoerder. ''Op papier zeggen ze het kleine in de stad te willen behouden, terwijl het tegenovergestelde gebeurt. Maar denk niet dat ik een complot zie of zo. Het is gewoon structurele domheid bij het bestuur. Ze komen niet verder dan dat toekomstgelul van 'Amsterdam Metropool' en weten geen bal van de geschiedenis van deze stad.''